The Distance Between Us
27 September 2017

HD video & series of 18 photographs

HD/ stereo sound / Original length: 31:30, b&w, sound / 01:10 (excerpt) 

 

‘The Distance Between Us’ takes its starting point in some audio cassettes artist and photographer Jan Locus received from a Moroccan family in Molenbeek a few years ago. Probably going back to the early 1980s, the cassettes contain an oral correspondence between families in Brussels and Morocco.

These anonymous audio letters bear witness to the pain of those who stayed at home. The mother for example wonders whether she will ever see her sons again. Will they manage in that faraway city? Will they ever return to their home country and native soil? The emotionally charged conversations alternate with religious chants, children singing songs, stories about exchanging money or problems with visas and passports.

Locus superimposes this found footage over images he shot himself of council houses in Brussels (for example of the Logements Molenbeekois, a council estate well-known to the first generation of Moroccan immigrants), or of the first Brussels underground lines (mostly built by immigrant workers). Because the tapes were used several times, unrecognizable sound fragments are audible through the conversations. The noise and the sounds of manipulating the cassette recorder, too, are part of the soundtrack.

‘The Distance Between Us’ reads like a dialogue between communities from East and West and between junctures in time—the present and an uncertain past. The work is a haunted audiovisual mantra. Seemingly composed of echoes from what was, it bears witness to things that are still very tangible in the streets of the Belgian capital.

(Ive Stevenheydens)

 

Installation view Kunstverein Projektraum Bahnhof 25, Kleve, Germany
Installation view Kunstverein Projektraum Bahnhof 25, Kleve, Germany
Jan Locus, The Distance Between Us,  Installation view, Unsettled, Kaap, Ostend
Installation view, Unsettled, Kaap, Ostend
Boy, Casablanca, Inkjet Photo Rag 308, 60 x 90 cm, Edition 6

Reviews

HART magazine nr. 204 (BE), Sam Steverlynck, 06/2020

So far / So close, Schönfeld Gallery, Brussel

Toen de Brusselse fotograaf/filmmaker Jan Locus twee audiocassettes in handen kreeg van een Marokkaanse familie in Molenbeek, leidde dat prompt tot een nieuw project dat bestaat uit de – internationaal bejubelde – film The Distance Between Us (2017) en een fotoreeks.
De cassettes in kwestie zijn een relict uit het verleden, toen Skype of WhatsApp nog niet bestonden. De cassettes werden namelijk door een moeder vanuit Marokko naar haar kinderen in Brussel gestuurd – een courante manier waarop zij die niet konden lezen en/of schrijven contact hielden. Op de cassettes hoor je het geklaag over een zwakke gezondheid en geld, de groetjes die moeten worden overgebracht van een zekere Mohammed, plannen om een bezoek te brengen aan België en een zusje dat af en toe ook iets roept op de achtergrond. Locus monteerde de audiotape bovenop statische beelden van HLM’s met schotelantennes in het grijze Brussel. En dat werkt wonderwel, waardoor de vervreemding en dépaysement ook visueel wordt vertaald, net zoals het gemis, het onbegrip en de wederzijdse vooroordelen tussen zij die zijn vertrokken en zij die zijn achtergebleven (“Ik wil niet in een christelijk land blijven. Ik wil jou gewoon zien.”).
We horen echter maar één kant van het verhaal – niet het verhaal van de kinderen – waardoor het werk verder aan suggestieve kracht wint. De cassette zelf is als een relikwie opgehangen achter plexiglas aan de ingang van de galerie. Locus zet het project verder met een reeks foto’s uit Brussel en Casablanca die door elkaar zijn opgehangen waardoor je niet altijd kan zien welke foto waar genomen werd. Casablanca moet qua grijsheid niet onderdoen voor Brussel. Afgebladderde verf en verloederde gevels, een put in het wegdek en lege straten, het is niet bepaald het beeld van een droomvakantie. Zelfs een foto van een palmboom wordt koel en haast abstract in beeld gebracht.
Op de bovenverdieping is een solo te zien van Albert Pepermans, die voor een volledig andere – maar daarom niet minder interessante – fotografische benadering gaat. Pepermans gaat minder ‘documentair’ maar meer ‘experimenteel’ te werk. Voor zijn reeks San Papier fotografeerde hij tekeningen in photoboots – net zoals de audiocassettes van Locus een in onbruik geraakt medium. Het resultaat presenteert hij als een triptiek: in het kleinste werk toont hij de originele foto, daarna wordt de foto gescand en digitaal geëdit om er vervolgens ook het negatief van te tonen. Zijn werk mag dan een hoog vintage gehalte hebben, hij combineert wel degelijk diverse al dan niet digitale technieken in abstracte werken die zich opzettelijk moeilijk laten ontcijferen. Voor zijn reeks Journal Brut – een verwijzing naar de boeken van Ivo Michiels – monteert hij fragmenten van foto’s die hij nam tijdens zijn vele reizen op plexiglas en een quasi monochroom ingekleurde achtergrond. Zijn fotografisch dagboek overstijgt echter het anekdotische, door het abstracte karakter en het spel met schaal en deconstructie. Zo krijgt zelfs een doordeweekse lepel bij hem iets vervreemdend en wordt een gevel van een gebouw gereduceerd tot een spel van volumes. Wat dan weer mooi aansluit bij de foto’s van Jan Locus.

De Morgen (BE), Robin Broos, 07/2018

Ook een straffe video: The Distance Between Us van Jan Locus. Hij ging aan de slag met audiocassettes van een Belgische-Marokkaanse familie uit Molenbeek. De bandjes werden ooit als audiobrieven gestuurd naar het thuisland, omdat de eerste generatie hier vaak ongeletterd was. Locus monteert ze onder beelden van de eerste metrolijn in de hoofdstad, aangelegd door die eerste generatie gastarbeiders.

De Standaard (BE), Sam Steverlynck, 07/ 2018 

Knap is ook The distance between us van Jan Locus, een dialoog tussen een moeder in Marokko en haar naar Brussel geëmigreerde kinderen. Je hoort de moeder vertellen over haar wedervaren in het thuisland in combinatie met beelden van het grijze Brussel: woontorens en satelliettelevisies, de biotoop van de kinderen. Over ontheemding, vervreemding en het verlangen naar huis.

De Filmkrant (NL), Ronald Rovers, 01/2017

Door andere ogen kijken, is het wezen van kunst. Impressionisten, Expressionisten, Nouveau roman en pakweg David Lynch, ze delen allemaal die andere, eigen blik op de wereld. Journalistiek is een poging om de wereld te laten zien zoals die is. Kunst moet de wereld verdraaien. Daarom is de discussie over ‘culturele toe-eigening’, over wie welke verhalen mag vertellen, hoewel noodzakelijk, ook onnodig beperkend. Natuurlijk moet Kathryn Bigelow een film kunnen maken over de rellen in Detroit. Natuurlijk mag iedereen elkaars verhalen vertellen. Als het maar goed gebeurt en vanuit de wetenschap dat elk blik een benadering is.

Hoe komen we anders aan het perspectief van een vierjarig jongetje dat voor een oorlog moet vluchten? Identiteit en representatie in kunst en media zijn complexer dan dat, kun je terecht betogen, want heeft Bigelow niet veel makkelijker toegang tot productiemiddelen? Voor een zwarte Amerikaanse filmmaker zou het veel moeilijker zijn om die film te maken. Die gebrekkige toegang verdient zonder meer aandacht. Maar het uitgangspunt van alle kunst moet inclusief zijn. Iedereen moet alles kunnen maken.

Of had de Brusselse kunstenaar Jan Locus dan maar niet de oude geluidsopnamen van een Marokkaans gezin in Molenbeek — vroeger stuurde men cassettes naar Marokko om met familie te corresponderen — moeten gebruiken voor The Distance Between Us (2017), waarmee hij het leven schetst van die voor buitenstaanders onbekende wereld achter de voordeur van de eerste generatie migranten? Of had Zoe Beloff in hedendaags New York dan maar geen zwarte Amerikaan en een Iraanse immigrant Bertolt Brecht en Walter Benjamin moeten laten spelen in Exile (2017) — ‘want vluchtelingen zien er nu anders uit’ — dat de omdraaiing gebruikt om in een licht anarchistische stijl te laten zien wat er zo hypocriet en problematisch is aan de eenentwintigste-eeuwse omgang met vluchtelingen. Het was nota bene Brecht die de kunstmatigheid van het theater benadrukte en zo de subjectiviteit van elke vertelling. Juist in die ruimte tussen het ene en het andere perspectief kan een gesprek plaatsvinden. Natuurlijk is er sprake van een male gaze en een white gaze. ‘White folks kicking ass’, omschreef Richard Pryor ooit de filmgeschiedenis. ‘White dudes kicking ass’, zou beter zijn. Het is belangrijk om daar andere perspectieven naast te zetten.